Zoeken

Reactie op Coalitieakkoord over Energie en Klimaat

Auteur

Jos Cozijnsen

Ambitieus-realistisch. De coalitie erkent enerzijds dat het Nederlandse klimaatdoel voor 2030 “lastig wordt”, maar houdt tevens vast aan deze ambitie, die dan mogelijk iets later zal worden ingelost. Tegelijkertijd richt zij zich op de lange termijn, op 2040 en 2050. Dat was hard nodig. Nederland was zo druk met 2030, dat de voorbereidingen voor de periode na 2030 uit het oog werden verloren. Terwijl de EU tussen 2030 en 2040 haar CO2-emissie enorm wil reduceren: van -55% naar -90%. Dat lukt niet na grondige voorbereidingen in de jaren daaraan voorafgaand. Belangrijk voorts dat de coalitie zich richt op een "slimme Europese aanpak". Klimaatbeleid is geen marathon die je individueel als land moet winnen, maar een opgave waar we, Europees en mondiaal, samen de schouders onder moeten zetten en die we samen over de finish moeten brengen. Het lukraak eigen emissies over de grens kieperen, onder het motto dat andere landen dat wel zullen oplossen omdat ze immers ook aan Parijs hebben gecommitteerd, is geen begaanbare weg en zal als een boemerang terugkomen, aldus Jos Cozijnsen en Martien Visser. Nog los van de geopolitieke consequenties dat Nederland (en Europa) zich daarmee steeds afhankelijker maakt van derden.

Wat betreft het Europese speelveld verwijst het coalitieakkoord naar:

De huidige Europese regels, waarmee Nederland bijdraagt aan de klimaatdoelen van het Parijs Akkoord. Daarin met name het onderscheid tussen het EU Emissiehandelssysteem (ETS), waarin de Europese emissies van de industrie, energiesector en lucht- en zeescheepvaart zijn meegenomen naar netto 0 in 2050, en de non-ETS sectoren waar elk van de lidstaten een eigen opgave heeft. Samen voldoende voor 55% reductie in 2030.

Het in december 2025 afgesproken klimaatpakket voor de 90% reductiedoelstelling in 2040. Dit pakket bevat een reductie van 85% op het Europese grondgebied, inclusief permanente koolstofvastlegging, en een 5% bijdrage door middel van internationale reducties en koolstofvastlegging in partnerlanden middels Artikel 6 van het Parijs Akkoord. Men heeft het vaak over een ‘netto’ doel: daarmee wordt bedoeld dat men naast reducties ook koolstof verwijdering, ETS en internationale credits mee mag tellen. Dit kan ook helpen aan de uitspraak van het vonnis van Greenpeace namens Bonaire te voldoen.

De coalitie geeft aan dat, zodra de Europese Klimaatwet is aangepast, deze Europese aanpak verwerkt zal worden in de Nederlandse Klimaatwet. Vermoedelijk wordt dat voorjaar 2027. Ook zullen er dan "zo nodig aanvullende maatregelen komen om het doel van 2040 te halen, daarbij oog houdend voor betaalbaarheid en handelingsperspectief”. Wederom zien we hier de combinatie van ambitie en realisme. Ambitie om de 2040-doelen halen. Tegelijk het besef dat daartoe eerst aan zekere randvoorwaarden moet worden voldaan, want het heeft geen zin bedrijven en burgers te stimuleren of te dwingen te verduurzamen als er geen netwerkcapaciteit beschikbaar is, de elektriciteit onbetaalbaar is en ook de waterstof- en CO2-infra ontbreekt. Burgers raken dan gefrustreerd en bedrijven rest niets anders dan sluiting, waarna de productie verplaatst wordt. Dat laatste klinkt misschien aantrekkelijk omdat het de Nederlandse klimaatopgave kleiner maakt, maar feitelijk dumpt Nederland haar klimaatopgave bij anderen onder het motto: “succes ermee”. Terwijl de EU juist, om over de schutting gooien te voorkomen en samenwerking te stimuleren, voor Europese opererende bedrijven het gezamenlijk ETS-systeem heeft opgezet. Door regionalisering van de maatwerkaanpak wil de coalitie ervoor zorg dragen dat bij de bedrijvenclusters in Nederland voldoende infra op tijd beschikbaar komt om hun klimaatopgave te realiseren.

“Uitdaging voor de coalitie is snel tot een model te komen waardoor de buurlanden hun fair share gaan meebetalen”

De coalitie streeft actief een level playing field met de buurlanden na. In het akkoord is opgenomen dat bij de invoering van nieuw beleid voortaan standaard gekeken wordt naar de effecten op het gelijke speelveld met omringende landen. Wat dit betreft nuttig dat de coalitie al enkele maatregelen neemt om dit gelijke speelveld te introduceren. Zo wordt de indirecte kostencompensatie (IKC) verlengd en uitgebreid. Daarmee wordt de hoge CO2-component in de Europese elektriciteitsprijzen gecompenseerd. Ook is er een budget om bedrijven te helpen die anderszins getroffen worden door de hoge stroomkosten. Beide subsidies zullen de elektrificatie van de industrie vergemakkelijken. De doelstelling van 100% CO2-vrije elektriciteit in 2035 lijkt definitief losgelaten. Gascentrales blijven de ruggengraat van het Nederlandse en Noordwest-Europese elektriciteitssysteem. Een onderwerp dat ongetwijfeld zal terugkomen in de nota ‘strategisch gasbeleid’ die voor deze zomer is aangekondigd.

Voor huishoudens streeft de nieuwe coalitie naar een forse uitbreiding van de warmtenetten. Echter zonder daar geld voor te reserveren en ook zonder aan te geven uit welke bron de warmte komt. Momenteel is dat vooral een combinatie van aardgas en biomassa, maar dat zal niet de bedoeling zijn. Daarnaast wil de coalitie in 2029 alsnog het verbod van traditionele CV-ketels invoeren. Dat wordt nog spannend, want aan de netbeheerders de taak de daaruit voortvloeiende snelle toename van warmtepompen bij te benen en tegelijk voldoende netwerkruimte realiseren voor de elektrificatie van de industrie en het transport.

Zonder grote investeringen in hernieuwbare energie zijn de ambities voor 2040 onbereikbaar. Tijdens de onderhandelingen van het Klimaatakkoord werd gedacht dat zon en wind vanaf 2025 zonder subsidie zouden kunnen worden doorontwikkeld. Inmiddels blijkt dit niet mogelijk, door kostenstijgingen van zon en wind en een toenemend aantal uren met zeer lage en negatieve marktprijzen, met nihil opbrengst en afschakelen tot gevolg. De coalitie wil zes extra jaarlijkse grote SDE-rondes en 40 GW wind of zee in 2040 met Contracts for Difference. Kanttekening is dat hier nog nauwelijks budget voor is gereserveerd, wat verklaarbaar is omdat de productie van al deze hernieuwbare energie voornamelijk na 2035 zal starten. Maar toch… Overigens zal de 40 GW wind op zee niet alleen voor de Nederlandse markt bestemd zijn, maar ook voor buurlanden. Daartoe wil de coalitie de interconnectie met andere landen uitbreiden. Uitdaging voor de coalitie is snel tot een model te komen waardoor de buurlanden hun fair share gaan meebetalen.

Gestimuleerd door de EU wil de coalitie investeren in negatieve emissies door koolstofvastlegging en daarmee bijdragen aan EU carbon management. Dit vergemakkelijkt deelname van Nederlandse bedrijven in de periode 2031 tot 2035 om in een proeffase ervaring op te gaan doen met de mondiale CO2-handel in het kader van het Parijs Akkoord. Na 2035 moet carbon management een belangrijke bijdrage gaan leveren aan de Europese klimaatdoelen voor 2040 en 2050. Daarnaast zet de coalitie in op noodzakelijke uitbouw van de Nederlandse CCS infrastructuur. De CO2-doelen van de EU voor 2040 en 2050 zijn namelijk alleen haalbaar met een flinke hoeveelheid CO2-opslag, terwijl Nederland daar met haar lege offshore gasvelden unieke mogelijkheden heeft in Noordwest Europa. Niet alleen voor eigen land, maar ook voor buurlanden.

Onderdeel van de slimme Europese aanpak zou moeten zijn dat Nederland haar nationale emissies gaat corrigeren voor het internationale EU ETS. Er is geen apart Nederlands ETS doel. NL bedrijven gebruiken emissierechten uit het gezamenlijke EU ETS budget, wat een automatisme kent waardoor de EU in 2030 -62% CO2-reductie heeft gerealiseerd. Het is hard nodig. Neem de uitstoot door Nederlandse gascentrales ten behoeve van stroomlevering aan België en Duitsland. De Nederlandse stroom vervangt grotendeels elektriciteit van Duitse bruin(kool)centrales. Goede zaak voor het klimaat, zou je denken en dat is ook zo. Maar het leidt wel tot extra ETS-emissies in Nederland. Het ETS heeft ‘vrijwarende werking’ voor bedrijven, zegt zelfs het Hof Den Haag.

Concluderend zien we een coalitie akkoord dat ambitieus is, maar tevens oog heeft voor noodzakelijke randvoorwaarden en uitvoeringshobbels EN oog heeft voor Europese afspraken en de lange termijn. Natuurlijk moet nog veel uitgewerkt worden en ook zal de minderheidscoalitie voor alle plannen steun in het parlement moeten verwerven. Zowel aan de linker- als een de rechterzijde is kritiek. De start is in elk geval veelbelovend.

Jos Cozijnsen

Jos Cozijnsen is Carbon Specialist bij Emissierechten.nl. Op Twitter is hij actief onder @timbales